2 keer honderd woorden

09-05-2011. Een datum, het staat er zo koud en kil geschreven. In mijn gedachten zie ik mezelf op de vroege morgen van die datum  terug. Ik zie hoe vastberaden ik ben terwijl ik de voordeur van mijn broer(tje) open maak, ik voel weer de angst voor datgene wat ik dacht daar aan te treffen. De geur, de aanblik van mijn levenloze broer(tje), mijn angst en mijn boosheid, ik zie me zelf weer staan, in *zijn* woonkamer. *Zijn* kinderen, onze ouders, mijn zus, hoe vertel ik hun wat ik daar heb aangetroffen? Ik hoor mezelf praten,en ik geloof mijn eigen woorden niet.

9 mei 2012, een dag wat veel gevoelens met zich meebracht. De vogels lieten me horen dat de dag was aangebroken.  Tijdens het ontbijt keek ik naar m,n lief en zag hoe blij hij is met mijn lach, mijn lach over het aankomende feestje vanwege ons 35 jarig huwelijk. Zijn zwijgen bij het zien van mijn tranen, het zegt zoveel.
Ik zie mezelf staan, met een glas wijn in m,n hand, proost samen met m,n lief en onze vrienden op een goed leven, op onze liefde voor elkaar. In mijn gedachten proost ik samen met mijn *broert(je)*.
Het is goed zoals het nu is.

 

 

 

 

100 woorden

Judith zei het zo zacht dat ik het bijna niet kon horen.

“Ze willen jouw manier van liefde geven niet, dat brengt hun te dicht bij de waarheid”

De afgelopen dagen heb ik doorgebracht op ons plekje in Oud Ootmarsum, de zon scheen volop, het voelde een beetje alsof ik op kreta was. 

Ik zat in mijn gedachten naast *Anneke*, ik vertelde en zij luisterde. Vorig jaar zei *Anneke* tegen me: “Meiske, blijf niet zo bezig met het “loslaten”.

Je zelf ”Vasthouden”, aan diegenen die jou lief hebben, dat is hetgene wat je moet doen.” 

100 woorden over “judith” (deel 2)

(deel 1 vind je in de categorie 100 woorden)

Judith pakte met twee handen mijn hand vast. Ze wreef  totdat  het weer warm  aanvoelde. Ze ging een kopje thee voor me halen.

Ik ging, verbijsterd, zitten op de stoel aan “mijn”  kant van de tafel.

Haar schaterlach om mijn verbijstering zorgde ervoor dat ik er zelf ook om moest lachen.

Ze luisterde naar mijn gedachten die ik had na ons eerste gesprek, ze vond me boos en afwerend.

“Ja, ik ben boos om het verleden van mijn *broer(tje)*. Ja, ik gedraag me afwerend.

Daar moet ik, volgens Judith haar gedachten, de komende twee weken over na gaan denken.

Pff!

 

 

100 woorden over “Judith” (deel 1)

“Judith”

Zij is de vrouw aan de andere kant van de tafel, haar uiterlijk bracht me in mijn gedachten terug naar mijn tienerjaren. Ik hoorde “Janis Joplin” zingen met haar rauwe doordringende stem.

Toen ze begon te spreken hoorde ik de zachte stem van “Melanie”, juist dat gaf me de rust die ik momenteel zo mis in mijn eigen gedachten.

Toen ik mijn verhaal wilde vertellen waren mijn gedachten bij dat kleine lieve jochie die geboren is toen ik acht jaar oud was.

Judith glimlachte,  ze gaf me een zakdoekje voor de tranen die over m,n wangen stroomden.

100 woorden

100 woorden

“Kreta”

De winter staat voor de deur,  mijn verlangen om voor een langere tijd te verblijven op Kreta wordt  groter. Een eigen piepklein huisje op Kreta, meer wens ik niet. Ik voel me (ben) daar thuis, Men vraagt mij wel eens wat of dat nu voor een gevoel is, ik kan het niet verwoorden. Ik kijk naar de foto,s die hier in Nederland van me zijn gemaakt en ik zie hoeveel meer berusting er op mijn gezicht te zien is op de foto,s die gemaakt zijn op Kreta. Mijn verlangen naar het wonen op Kreta zal nog wel een poosje aanblijven.

(Mocht je nieuwsgierig zijn geworden naar  mijn foto,s van Kreta klik dan op de volgende link, ik ga daar eens in de zoveel tijd foto,s met een bepaald onderwerp plaatsen)

http://mijnverlangen.blogspot.com/

  

100 woorden

09-05-2011.
Een datum, het staat er zo koud en kil geschreven.
In mijn gedachten zie ik mezelf op de vroege morgen van die datum terug.
Ik zie hoe vastberaden ik ben terwijl ik de voordeur van mijn broer(tje) open maak, ik voel weer de angst voor datgene wat ik dacht daar aan te treffen.
De geur, de aanblik van mijn levenloze broer(tje), mijn angst en mijn boosheid, ik zie me zelf weer staan, in *zijn* woonkamer.
*Zijn* kinderen, onze ouders, mijn zus, hoe vertel ik hun wat ik daar heb aangetroffen?
Ik hoor mezelf praten,en ik geloof mijn eigen woorden niet.