“Klatergoud” (het laatste logje vanuit “mijn gedachten”)

Wanneer wij op Kreta zijn gaan we vaak op zoek naar de ietwat mindere toeristische plaatsen.

We hebben vaak het geluk dat we de auto van onze vrienden die daar wonen, mogen gebruiken. Daar maken we natuurlijk, zonder er over na te denken, dankbaar gebruik van.
Tijdens een van deze autoritjes kwamen we hoog in de bergen aan in een klein dorpje (volgens mijn gedachten was het hoog, volgens m,n lief viel die hoogte wel mee).  De naam van het dorpje weet ik niet meer, het zal vast eindigen op chos, losh of iets dergelijks. Het kerkje wat in dat dorpje staat had natuurlijk ook mijn belangstelling.

Tot mijn verbazing hoorde ik daar Engelstalige muziek vanuit een draagbare radio.
De restaurateur was er bezig.

Met vluchtige streken liet hij veel in goud veranderen.

De zon scheen met zijn volle kracht door de ramen van de kerk.

Vanwege mijn verwondering over het schilderwerk van de restaurateur liet hij me weten dat de kleur goud wat hij schilderde, louter “klatergoud” was.

Hij liet me de ware kleuren van “zijn God” zien.

Ik werd er stil van.

zoekt en gij zult vinden (een “oudje” vanuit mijn gedachten)

(zij)

Zeg, schik es een stukkie op, ik zit verdorie met m,n knieen tegen het bureaukastje aan.

(hij)

Ja duh?! Wat zeur je nou? Ik heb nou één keer van die lange benen, daarom zit jij daar en ik hier. En let es op ja?!, we moeten nog een duikbril en een snorkel!!

Okay, okay, maar m,n knieen joh, oei oei!! Ik zoek wel naar de sleutel, zoek jij dan die bril en snorkel?

Waarom mag het licht niet uit? Dan zien we het beter en de buren kunnen ons dan niet zien, gisteren kwamen ze ook al onverwachts binnen.

Nee, meis, ik heb de deur al op slot, doe jij nog even de gordijnen dicht, dan kunnen we ongestoord spelen, de snorkel heb ik al.

De sleutel ligt daar boven op dat plankje, neehee daar!! Nah geef mij dat ding es, ik zal hem wel pakken.

Wat wil je? Koffie? Weet je wel hoe laat het al is? We nemen een borrel joh.

He gatver, gisteren was het ook al zo laat in de nacht, maar nu zitten we net in het goede ritme, kom we gaan nog ff door, okay?

Jij leest voor en ik zoek wel, Ja?!

Huh??, nou okay dan, een bikini,badmuts en een spin. Ó, en ook nog een professor en hoed.

Die eerste drie heb ik al gevonden, maar die kerel en die hoed??? Ik zie ze niet!!

Ga jij es zoeken dan lees ik wel.

Hehe, eindelijk geef je die muis es uit handen, kijk ik beweeg gewoon langzamer met dat ding, veel duidelijker zo, niet dan?

Ja hoor lieverd ga jij maar zoeken, ik zie al een hoed, maar geen professor.

Kijk daar ligt ie, een stukje van de schatkist lig er voor.

Nah, ook geen wonder dat ik het niet zag, wat is dat voor een rare hoed???

Dat is een professorenhoed, lees dan ook beter!! Ik ben het zat, ik stop ermee ga je mee naar boven?

(zucht) Nou okay dan, maar morgen ben je vrij…. toch?

Morgen gaan we weer spelen, ik heb nog een veel mooiere gevonden. ik zal hem nog even downloaden.

Frituur jij nog even een kroketje of zo?, het eten is er ook al bij ingeschoten.

Morgen spelen we maar een uurtje of zo hoor!

Hmm, ja is goed hoor, het zal mij benieuwen.

Zoek en vind spelletjes, begin er niet aan!!!!

Een jeugdherinnering uit “mijn gedachten”

Stone Free

Een stukje herinnering uit mijn tienerjaren in de jaren zeventig.

Stone Free Op 19 augustus 1967 ontvouwt Koos van Dijk (later de manager van Herman Brood) samen met zijn mede-initiatiefnemers Henk Vos en Dick Visser het plan om een jongerenclub te openen in molen Berg (een uit 1854 daterende molen) in Winschoten. De molen wordt tot Stone Free gedoopt. Koos van Dijk wordt penningmeester in het bestuur en hij zit vol goede ideeen. Op 12 april 1968 gaat Stone Free open. Op een podiumpje in de hoek spelen in die tijd bands als Nicky and the Jesters, The Destroyers en Soulution

In 1968 was ik 12 jaar, ik zat in de zesde klas  van de lagere school.

Ik was een meisje van het buiten spelen, ravotten met de jongens, en ik hield me totaal niet bezig met wat er in de uitgaanswereld te doen was.

Totdat ik verbannen werd (zo voelde dat voor mij in die tijd)  naar het voortgezet onderwijs.

“De Spinazieacademie” Een beroepsschool voor meisjes. Ja echt dat bestond toen nog.

Ik werd een zeer opstandige puber, deed alles wat mijn moeder me verboden had, en geloof me, dat was veel ( en nodig).

“Stone Free” een ontmoetingsplek voor jongeren, ik kwam daar voor het eerst op 14 jarige leeftijd.

Ik vond het geweldig, overal lagen matrassen op de grond met grote kussens erop, bankstellen (afgedankt door menigeen) stonden buiten, rondom de molen.

Wanneer je daar binnenstapte werd je begroet met het welbekende “V” teken. Peace man Peace!!

De geur van wierook brengt me nog altijd terug naar die tijd.

Mijn vriendin Greetje Dijkstra (nee niet vanuit de polder maar gewoon uit ons dorp) ging daar ,op mijn verzoek, ook eens mee naar toe.

Stiekem natuurlijk, haar ouders waren er nog feller op tegen als de mijne.

We zaten met een paar stoere jongens buiten op een bank te ginnegappen, en geloof het of niet, de welbekende “Herman”was daar ook bij. (toen was het al een “rare jongen” in mijn ogen)

Er werden heftige gesprekken gevoerd over de “belangrijke ontwikkelingen” in de wereld, en wij deden daar natuurlijk ook aan mee.

Ik had geen idee waar ze het over hadden, maar ja, je wilde er dan toch ook wel heel graag bij horen.

Greetje en ik, we zaten daar heerlijk nonchalant te doen, wij waren de “vrije meiden van de toekomst”…  in onze gedachten dan he!!

Juist op dat moment, (hoe is het mogelijk?) kwam er een kerel op een “Kreidler” aangereden, “plat”  liggend op het stuur.

Hij droeg zo,n rare pothelm op z,n hoofd, zijn ogen waren bedekt met een oud motorbrilletje.

Met gierende remmen kwam hij vlak voor ons tot stilstand.

DE VADER VAN GREETJE WAS GEARRIVEERD!!!

Het enigste wat die man uitsprak, was: “JIJ, Greetje,nu!! achterop.. en (naar mij wijzend met een lange wijsvinger) DENK EROM JIJ!! jouw vader werkt op dezelfde fabriek waar ik ook werk!!

Ik heb er van mijn vader  nooit iets over gehoord, van mijn moeder wel!.

De lol van “Stone Free” was er door verdwenen (lees: ik schaamde me dood), en ik ging op zoek naar iets anders.

Dat werd “Boer en Beat”. Maar daar zal ik later nog wel eens iets over schrijven.

Hebben jullie ook wel eens zoiets meegemaakt? Ik hoor het graag!

Het gaat nu toch echt gebeuren hoor!!

Nog een week of acht wachten en het campingseizoen begint weer. Ik ben er nu al mee bezig,aanstaande maandag gaan we eerst maar es bladruimen en kijken wat er zoal weer aangeschaft, gerepareerd enz moet worden. Eén ding is zeker, dit jaar komt er een nieuw matras in de caravan, dat had vorig jaar al gemoeten maar m,n lief durfde het  toen nog niet aan om weer samen met mij op koopjesjacht voor een nieuw matras te gaan. Dit jaar zal hij wel moeten, en ja, ik wil wel eens weten of die mooie blonde er nog werkt.

Ik verheug me erop!!!

Ons matras in de caravan was aan vervanging toe, mijn lief liep s,morgens wel erg vroeg over de camping vanwege de pijn in zijn rug, die hij kreeg van de kussens van de bank die omgetoverd werden tot een matras. Een vast,  goed liggend, matras dat was de oplossing.

Zo gezegd zo gedaan. Nu heb ik nog wel eens van die dagen dat het in twijfel getrokken mag worden of ik “ze” nog wel allemaal op een rijtje heb zitten. Ik ben dan wat klierderig, oftewel:  gewoon vervelend dus.  Meestal begint dat al vroeg in de ochtend, zo ook op de dag dat we naar Nordhorn reden. (vlak over de Duitse grens bij Oot Marsum) Daar is een megagrote winkel waar je van alles kunt kopen voor een redelijke prijs. Ook matrassen in alle soorten en maten.

Daar aangekomen zag ik vele leuke verkoopsters rondhuppelen, ik stelde voor dat mijn lief de “leukste mocht uitkiezen”, om dan samen met haar de juiste matras voor hem te zoeken. Zijn blik naar mij was bijna dodelijk toen hij zei”Doe normaal Gees! begin nu niet met je malle fratsen, getver!! heb je weer zo,n bui?”

Een mooie blonde verkoopster kwam op ons aflopen, haar:” Gutenmurgen mijne liebe, was darf ich fur ihn doen? (mijn duits is wel heel erg slecht, dat merk je nu dus wel ) begon mij op de lachspieren te werken en ik zei: “wir muchten eine matras fur in onzere caravan”, en met een dikke knipoog naar mijn lief zei ik er achteraan;” und nicht allein fur das slafphen” Kunnen wie bitte hier eine matras ausprobieren oder is das nicht meugelich?”  Nein das war nicht meugelich, volgens de verkoopster. ik zei nog das est in Holland eine gans normale vrage was, maar nee, haar “Nein”bleef “Nein!

Na veel geharrewar hadden we een matras uitgezocht, ik liep met Blondie naar de kassa en m,n lief hield zich wijselijk op afstand (lees, hij zag de bui nog steeds hangen). Bij het afrekenen vroeg Blondie met een stralende lach:” Muchten sie eine Bullie darbei?”

Eine Bullie, mijn god wat bedoelde ze daar mee?  Ik keek zoekend de winkel rond, maar mijn lief stond te ver weg. Ik riep naar hem of hij er ook een Bullie bij wilde. Wat of dat dan in vredesnaam wel moest zijn en wat de prijs daarvan was? Tja, daar kon ik hem ook geen antwoord op geven. Blondie kon dat wel en zei “die preise ist tien mark, die versicherung ist auch darbei”  Dus ik weer schreeuwen naar mijn lief: “Och dat kost mor tien maark, aan zo,n Bullie kist die toch goin boele  voaln noit?” Dus ja, wij wilden ook wel eine Bullie darbei. Tot mijn stomme verbazing gaf ze me een autosleutel met verzekeringspapieren na het afrekenen, we moesten ons achter de winkel maar even melden. We hadden twee uur de tijd om gebruik te maken van de “Bullie”

We hadden dus een kleine vrachtwagen gehuurd om ons matras te kunnen vervoeren! De verbazing wat,  tijdens onze aankomst op de camping met dat kleine vrachtwagentje, de campingbaas toen had  , is een verhaal op zich, dus dat komt later nog wel eens.

Nu, 10 jaar later, loopt mijn lief weer zo vroeg in de morgen over de camping. Het matras is weer aan vervanging toe. Mijn voorstel om nog eens weer te gaan kijken in die grote zaak in Nordhorn werd door hem genegeerd.

Er gaat  dus nu (inmiddels 11 jaar later) toch echt wel een nieuw matras gekocht worden hoor.

(wordt vervolgd)

 

 

Zou het dan toch onze (zijn) schuld zijn?

Wij hebben het geluk dat we een grote tuin achter ons huis hebben. Het is een tuin die weinig onderhoud vraagt. Er staat een leuk tuinhuisje die goed in de verf zit. De buitenkant van dit prachtige tuinhuisje is dus oogverblindend. De binnenkant van het tuinhuisje is wat rommelig.

Er staat een “nog net geen antieke radio” in, op een zwoele zomeravond geeft dat ding ons nog veel luisterplezier. Er staan vele tuinattributen in, waaronder ook een maaier voor de slootswal die achter onze tuin ligt.

Het is de bedoeling (volgens het waterschapsbeheer) dat men die sloot onkruidvrij houdt zodat het water er goed door kan stromen. De wal van deze sloot dient netjes gemaaid  te zijn. Dat is niet hun taak, maar de taak van de bewoner van het perceel die deze sloot achter zijn tuin heeft.

Ik heb mijn lief al meerdere keren gemaand om nu toch eindelijk eens een keer die maaier te gaan gebruiken, hij maait met plezier het gras, maar voor die slootswal lijkt hij enigzins wat allergisch te zijn. Met het gevolg dat de sloot  af en toe geen doorstromend water meer heeft.

Vorig zomer kwam er een grote auto (een Mercedes van de grootste klasse die er bestaat) tot stilstand voor ons huis. Drie heren, gekleed in zwarte maatpakken, stapten uit deze auto en liepen zomaar ongevraagd onze tuin in. Spekkie voor mijn bekkie dus! Op mijn vraag wat of zij in mijn tuin hadden te zoeken kreeg ik het volgende antwoord: “Wij, heren van het waterschapsbeheer, komen de sloot achter uw tuin controleren, u weet toch dat deze onkruidvrij moet zijn?”

“Ja, dat weet ik, hoezo bedoel u?”  De drie heren keken elkaar eens veelbetekend aan en keken vervolgens met een afgrijzende blik naar de, inmiddels door mij, gevreesde slootswal. “Hij is niet gemaaid mevrouw, dit dient binnen een week na nu, te zijn gedaan, anders volgt er een boete”. “Hoe hoog is die boete?” vroeg ik op  een wel zeer hooghartige toon ( maar wel met een angstig voorgevoel van een torenhoge rekening)

Mijn lief kwam die avond thuis van zijn avonddienst en onder het genot van een drankje en het geluid uit de bijna antieke radio vertelde ik hem, dat ik uit voorzorg, de vijf euro boete naar het waterschapsbeheer had overgemaakt. De maaier staat nu nog steeds ongebruikt in het  tuinhuisje. Voor die vijf euro wil ik volgend zomer wel weer dit bezoekje van deze drie heren hebben.

Te koop: Een elektrische maaimachine, zeer geschikt voor het maaien van slootswallen. voor vijf euro is die van jou!

(nabericht: De elektrische maaimachine is nog steeds niet verkocht en….natuurlijk ook nog steeds niet door m,n lief gebruikt, dussss.)

“poedelprijs”

Toen ze thuis kwam zag ze de berg reclamefolders onder de brievenbus van de voordeur liggen.

Haar stemming sloeg gelijk om, gek werd ze van die schreeuwende folders.

Het was altijd hetzelfde wat ze las, de één zou nog goedkoper zijn dan de andere.

Om deze tijd van het jaar werd je er mee doodgegooid, bah, en zij kon het weer bij het oud papier gooien.

De jongens van de ophaaldienst zouden er pijn in de rug van kunnen krijgen.

Bij het oprapen van de folders zag ze dat er een brief, gericht aan haar, onder lag.

Ze zuchtte diep, bijna had ze die met de rotzooi weggegooid.

Op de envelop stond het logo van het kuuroord Fontana

Met grote ogen van verwondering las ze de tekst in de brief nog eens weer over.

Beste mevrouw Ten Cate,

Het doet ons genoegen u te mogen berichten dat u met uw idee, voor het verbeteren van de service naar onze klanten, een prijs heeft gewonnen.

Er waren vele inzendingen, uw idee was niet het beste volgens onze deskundigen, maar u heeft toch een prijsje gewonnen.

De poedelprijs is voor u.

Neemt u zo spoedig mogelijk contact met ons op voor het in ontvangst nemen van deze prachtige prijs?

Met vriendelijke groet,

BLADIEBLADIEBLA.

Toen haar man thuis kwam vertelde ze hem waarom ze zo vrolijk gestemd was.

Zij mocht lekker gaan poedelen in het warme helende water van Fontana.

Nadat haar man haar had uitgelegd wat een poedelprijs nu eigenlijk was sloeg haar stemming weer om.

Mijn gedachten, mijn weblog, mijn …….

                             

Goedemorgen mevrouw Hillenga

Goedemorgen Dokter.

Wat kan ik voor u betekenen?  Heeft u misschien pijn aan uw voorhoofd? De blauwe plek die daar zit is nogal groot. Had u uw bord niet voor uw kop toen u uw hoofd heeft gestoten? Aan de afdruk te zien is het een grote steen geweest waaraan u zich meerdere malen heeft gestoten.

Tja dokter, het zit zo. Ik heb een weblog. Normaal gesproken schrijf ik daarin regelmatig een logje over wat er zich in mijn gedachten afspeelt. De laatste tijd lijkt het wel of er iets  in mijn gedachten loos is. Niets , maar dan ook echt helemaal  niets, komt er nog in mijn gedachten naar boven waar ik een  vrolijk stukkie over zou gaan  kunnen schrijven. 

Dat is niet best , gaat u maar even op de behandeltafel liggen, dan zal ik uw dossier er even bij  halen om dan samen even te gaan kijken of we u op wat nieuwe gedachten kunnen brengen. De blauwe plek is dermate groot dat ik vind dat er onmiddellijk ingegrepen dient te worden.

(Zucht) Ja dokter, dat zou erg fijn zijn, u krijgt van mij een borrel van Florijn wanneer het u lukt.

Ik heb goed nieuws voor u mevrouw Hillenga, uw ziekteverzekering vergoedt de kosten ook nog steeds in 2012 voor een nieuw bord voor uw kop. Dus u kunt  weer vrijuit in uw weblog gaan schrijven.  Hier lees ik over uw verspreking bij mij,  is dat misschien iets om over te schrijven?

Verspreking dokter????

Ja, u zei dat u dacht een gespierde scheur te hebben, het bleek toen om een gescheurde spier te gaan. Ik  fax het recept voor het nieuwe bord voor uw kop direct aan de apotheek door zodat u gewoon weer zonder kopzorgen kunt gaan schrijven over datgene wat u wilt.

Dank u dokter!!!

Een oud berichtje (7) uit “mijn gedachten”

(eerder geschreven voor de we300 “bakken”)

De vrouw keek eens met een verholen blik naar het meisje wat nog aan de ontbijttafel zat. Ze at niet en bleef maar naar buiten kijken. Wat het kind daar nou dacht te kunnen zien was voor de vrouw een raadsel. Er was niets te zien, het was nog erg vroeg in de morgen, de sneeuwvlokjes die zachtjes neer dwarrelden kon je amper zien. Terwijl ze twee broodjes, belegd met hagelslag, in een klein vrolijk bakje deed, spoorde ze het meisje aan om zich aan te gaan kleden zodat ze op tijd op school zou zijn.

Het meisje bleef zitten waar ze zat en verroerde zich niet. Ze wilde niet naar school had ze gezegd, naar buiten gaan al helemaal niet. Ze had heel zachtjes gezegd dat ze niet durfde.

De vrouw keek haar verbaasd aan, het meisje was een wat je noemt: een echt buitenkind. Altijd aan het ravotten met de buurjongens, er stonden al drie grote sneeuwpoppen in de voortuin. Met een licht verheffend stemgeluid maande ze het meisje om zich niet aan te stellen, dat ze geen tijd had voor die flauwekul.” Anders vind je het buiten zijn ook zo leuk, waarom nu niet meer?

Het meisje riep huilend dat juf had gezegd dat er vandaag  bakken uit de hemel zouden  gaan vallen, dat het wel eens heel gevaarlijk zou kunnen zijn op weg naar school zodat ze goed uit moesten kijken!

Mama moest haar nu niet gaan uitlachen, want juf had altijd gelijk!

Een oud berichtje (6) uit “mijn gedachten”

 

ik ben maar weer eens gaan kijken wat  voor Schrijfveer  er voor vandaag stond geschreven.

“kind in schuur”

Het huis waarin ik ben opgegroeid had een vaste schuur  achter de keuken, daar zat ook nog een kolenhok in weg gebouwd. Het was een erg donkere hoek waar de kolen werden bewaard, ik vond het altijd eng waneer ik de kolenkit moest vullen. Toen mijn ouders een gaskachel kregen heeft mijn vader dat hok eruit gesloopt. zodoende kregen we meer ruimte voor de fietsen die, elke avond op aandringen van mijn moeder, binnen moesten worden gezet.Mijn fiets lag vaak tot het laatst toe ergens ver achter het huis in de bosjes. Omdat ik niet van donkere plekjes hield ging mijn zus vaak voor mij de fiets halen. En toch slingerde ik hem de volgende dag gewoon weer in de bosjes. Doodeng vond ik het daar in de avonduren,vooral in de winter, dan was het er zo donker! Mijn zus heeft op een avond, nadat ik (veilig vanuit het licht) haar een grote schrik heb bezorgd mijn fiets daar laten liggen en moest ik hem dus zelf gaan halen. Nooit heb ik mijn fiets daar weer in de bosjes gegooid.

De schuur werd te klein, mijn moeder kreeg een wasmachine, die moest daar ook geplaatst worden. Daarom bouwde mijn vader een ‘hok’ achter de schuur. Daar heb ik heel wat uurtjes in doorgebracht, Op de werkbank lagen vaak de houtkrullen van het schaafwerk van mijn vader. hij was altijd bezig met “iets” te maken. Die houtkrullen vond ik prachtig en ik heb er heel wat mee afgeknutseld. Mijn zus en ik  hebben daarin dat hok ooit eens een benauwd uurtje beleefd. wij lagen al in bed en ik stelde voor om een wedstrijdje te doen, “wie kon het vieste woord bedenken” Ook had ik bedacht omdat heel hard te gaan roepen, mijn vader was daar niet van gecharmeerd en sommeerde ons om daar mee op te houden. Mijn zus hield zich wijselijk stil. En ik? ja, ik moest natuurlijk nog even het vieste woord uitschreeuwen terwijl mijn vader naar beneden liep. we moesten voor straf samen een uurtje in het hok zitten. En het was er zo donker!! Mijn zus heeft toen liedjes voor mij gezongen, zodat ik maar niet meer zou huilen.

Wanneer ik vanuit mijn slaapkamerraam naar beneden keek kon ik nog net het hoofd van mijn vader zien wanneer hij uit de schuur naar buiten kwam lopen. Ik was 15 jaar en rookte mijn eerste sigaretjes, stiekum, terwijl ik uit dat raam hing, de peukjes ervan schoot ik tussen duim en wijsvinger weg op het platte dak van de schuur. Meestal ging dat goed. Tot die ene keer. Juist op het moment dat mijn vader zijn hoofd tevoorschijn kwam schoot ik het peukje weg, de kracht waarmee ik het wegschoot zorgde ervoor dat het peukje niet op het dak belandde maar op het hoofd van mijn vader. De reactie van mijn vader was dat ik de peukjes van het dak van de schuur moest verwijderen. Zonder gejammer over hoogtevrees enz!

Een kind in een schuur, ach ik zou nog graag weer wat uurtjes in die schuur en in dat hok willen beleven. Maar dan wel samen met mijn zus, want ik hou nog steeds niet van donkere ruimtes!

Een oud berichtje (5) uit “mijn gedachten”

Kijk , deze foto kreeg ik van mijn zus Ria. Sta ik er niet mooi op? De pop die ik vast houd kan ik mij nog heel goed herinneren. Ik kreeg hem van mijn broer Jacob, je weet wel, dat is die broer die uiteindelijk in Canada is beland, hij is al overleden. Ik heb nog een foto van hem waar hij als een oude man met een lange baard op staat. Wacht, ik zoek die foto ook even op. Hendrik mijn andere broer, woonde bij mij in het dorp, van hem heb ik geen foto,s, hij gaf me altijd een rolletje snoep wanneer ik weer eens gepest werd. Later kwam ik er achter dat hij een oudere broer van mij was. Maar toen was hij al overleden, jammer, erg jammer.  Mijn zus Ria heeft nog veel meer foto,s van vroeger. Ook foto,s van mijn “echte” vader en moeder, ik wil ze niet zien. Ria is daar een beetje boos over, misschien moet ik ze toch maar aannemen. Ze is nog het enigste “echte” gezinslid van mij, die nog in leven is. Kijk nou toch, wat was ik toen een vrolijk meisje met mijn pop, vind je het niet leuk om mij als kind te kunnen zien?

Ja tante , erg leuk. U was een mooi meisje. Hoeveel broers en zussen had U nou eigenlijk?

Och kind, dat weet ik niet precies, veel, dat weet ik dan weer wel. Mijn vader had erge reuma, zijn handen en voeten waren erg misvormd, medicijnen voor de pijn konden ze niet betalen dus hij probeerde zijn pijn met alcohol weg te drinken. Hij dronk nog meer dan dat je oom deed. Mijn moeder was, wat men nu “zwakbegaafd” noemt. Het arme mens baarde kind op kind. Waar die allemaal zijn gebleven nadat we uit huis zijn geplaatst?  Ik weet het niet. Jacob, ja die heb ik gevonden, Hendrik is mij  altijd blijven volgen, Ria is in het zelfde pleeggezin opgegroeid als ik. Wil je nog een kopje thee , of moet je alweer naar huis?

Nee, tante  ik hoef nog niet naar huis, ik blijf liever nog even naar U luisteren. Wilt U nu echt die foto,s van uw “vader en moeder” niet zien?

Ach, nee, wat heb ik eraan? Ik ben nu tevreden met wat ik heb. Vijf zonen, stuk voor stuk, lieve jongens. Ze komen vanavond voor mijn verjaardag met hun gezin bij mij op bezoek. Daar geniet ik van, hun geluk is mijn berusting in wat ik heb meegemaakt in mijn jeugdjaren.

Ik ga nu naar huis tante , ik kom, zo snel als dat het mogelijk is, weer bij U op bezoek.

Dat is goed meisje, geef je de groetjes aan je lieve man? Geniet van de tijd die jullie samen hebben!

Ja tante , dat doen we, tot de volgende keer lieverd.