100 woorden

Judith zei het zo zacht dat ik het bijna niet kon horen.

“Ze willen jouw manier van liefde geven niet, dat brengt hun te dicht bij de waarheid”

De afgelopen dagen heb ik doorgebracht op ons plekje in Oud Ootmarsum, de zon scheen volop, het voelde een beetje alsof ik op kreta was. 

Ik zat in mijn gedachten naast *Anneke*, ik vertelde en zij luisterde. Vorig jaar zei *Anneke* tegen me: “Meiske, blijf niet zo bezig met het “loslaten”.

Je zelf ”Vasthouden”, aan diegenen die jou lief hebben, dat is hetgene wat je moet doen.” 

Een overvolle tas

Ze kwam thuis en smeet de tas in een hoek van de achterkamer. Ze wilde die tas niet, en toch had ze het mee genomen naar haar eigen veilige thuishaven.

Haar moeder had de tas plotseling in haar handen gedrukt, “Hier, neem dit mee, ik kan er niet meer tegen om het te zien”. Ze had de tas eerst maar eens aan de kant gelegd, ze was druk bezig met het opruimen van de rotzooi in de kasten van haar ouders.

Haar ouders, ze zijn oud, ziek en hulpbehoevend. Hun gedachten, ze zijn zo star als de wortels van een boom kunnen zijn. Ze proberen, steeds maar weer, zich wanhopig vast te houden in het drijfzand waarin ze zijn beland. 

Ze keek naar de inhoud van de tas. 

Het gele dekentje wat haar *broer(tje)* warm had gehouden toen hij een baby was, ze rook er even aan, ze wreef ermee over haar gezicht. Ze huilde.

Haar ouders, hun verdriet, hun starheid, ze probeert het telkens weer te aanvaarden.

Ze realiseert zich dat ze dit niet meer op kan brengen en neemt het besluit om er afstand van te nemen.  

 

 

 

Een (gevonden) foto

( http://nl.wikipedia.org/wiki/Henk_Oosterhuise )

 Een foto uit mijn jeugdjaren, gevonden op “plaatjesgoogle”.

Mijn gedachten,ze brachten me terug naar de tijd die ik heb beleefd in de zomermaanden van mijn jeugd. Ik was nog geen acht jaren oud toen dit zwembad geopend werd. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. Mijn gedachten, ik ging even terug naar de tijd van mijn onbezonnenheid, mijn eerste jeugdliefde, mijn eerste daad van wat beslist niet mocht, er kwamen nog zoveel meer gedachten voorbij waarover ik zou gaan kunnen schrijven.

(Misschien maak ik daar wel een begin mee in mijn volgend logje)

WE300 ‘belastingen’

Het extra dikke kussen in het klapstoeltje was echt wel één van zijn allerbeste ideeen ooit geweest. Hij kon er nu uren achtereen in zitten , het flesje bier en de nootjes stonden binnen handbereik. Het was een leuke camping, zeer kindvriendelijk. Dat was één van de dingen wat hij belangrijk vond. Het plekje wat hem was toegewezen was goed, dicht bij de speeltuin, ook dat was belangrijk. Zo kon hij de moeders een beetje observeren, hij had al een favoriet. Nog twee dagen, dan zou ze wel toehappen, een wijntje en een lekker stukje kaas, meestal was dat genoeg om ze in zijn tent te lokken.

De vrouw gaf de man een vriendelijk goedemorgenlachje, hmm, ze vond hem wel leuk. Hij had haar eergisteren zo vriendelijk geholpen met het opzetten van haar tent. Kindvriendelijk was hij ook nog eens, waar vind je tegenwoordig nog zo,n alleenstaande vent. Ze was zeer verrast toen hij haar vroeg of ze vanavond gezellig bij hem kwam zitten, alléén was ook maar alléén, niet dan? Ze stemde ermee in, ze had wel zin in een leuk avondje.

Wonderlijk hoe het klikte. De wijn smaakte naar meer en hij ontkurkte nog maar een fles. Zij dronk, zij vertelde haar levensverhaal, hoe moeilijk ze het had gehad na de scheiding.Een paar “poetshuisjes”hadden ervoor gezorgd dat ze zich deze vakantie kon veroorloven. Het luchtbed was wat te zacht geweest voor hun liefdesspel, maar dat had ze op de koop toe genomen, het was ook al zo lang geleden dat ze zich zo vrij had gevoeld. Laat in de nacht ging ze terug naar haar eigen tent.

De man ruimde de boel van dit voor hem zo geslaagde avondje aan de kant en schreef nog even over zijn bevindingen in z,n schriftje.

“nummer 5″

J, Pieterse. bijstandsmoeder, poetshuisje.

Klinkerstraat 4

Grootdorp

(wil jij ook eens een WE300 schrijven? Klik dan op de volgende link) http://platoonline.wordpress.com/2012/03/08/de-we-300-voor-maart-2012/

Een zonnige zondag

Hoi Gees, met mij. Heb je aanstaande zondag ook iets te doen?

Neu, volgens mij niet, nee want m,n lief heeft de middagdienst, dus die komt dan pas om half elf s,avonds weer thuis, hoezo?

Nou, ik ben dan ook de hele dag alleen, heb je zin om bij me te komen?

JA!, leuk.

“Een zonnige zondag”

M,n lief was zo lief om aan te bieden om mij vanmorgen naar Assen te brengen (ik heb nog steeds die verrekte rijangst voor op de snelweg). Daar aangekomen liepen we als een haan  met z,n kippetje rondjes op het pleintje waar “zij” zou moeten wonen. Haar huisnummer was nergens te vinden, dus maar even contact gezocht via de telefoon. “Ja joehoe draai je maar om, dan zie je me wel staan”, De toon was gezet, het was weer zoals altijd gelijk lachen, gieren en brullen.

Nadat m,n lief z,n koppie koffie had gedronken liet hij ons alleen.

Een ontspannen sfeertje, drie lieve honden en een super lieve meid, ik voelde me thuis! De wandeling met de honden, waarvan er eentje een logeerhond is (hij leek veel op onze *Spike* ) vond ik zalig. Mijn gedachten gingen terug naar de wandelingen met *Spike*.

Er was een “zwarte markt” in Zuidlaren, dat was natuurlijk een spekkie voor ons bekkie, daar aangekomen zagen we dat er meer bekkies van dit soort spekkies houden, druk, ontzettend druk was het.

Ik heb er een mooi beeld op de kop getikt voor maar 5 eurootjes. En zij? Nou ja zij heeft er een complete “Jeansverzameling” voor een zeer zacht en aangenaam prijsje op de kop getikt.

Kortom, een dag met een grote lach, ik heb na de nare periode die ik moest doorstaan voor het eerst weer spontaan kunnen schaterlachen.

Melody, lieverd, heel erg bedankt voor deze zonnige zondag.Ik verheug me nu al op een dagje Ootmarsum met jou.  O ja, dat zakje met die belgische patatjes, hmm,hadstikke lekker mor twas wel oin kloin puutje oh veur dat geld. 

                

 

WE300 “Belasting”

Ha! Fijn, er was weer een nieuw woord bedacht door Plato, (klik op de volgende link om ook mee te doen) http://platoonline.wordpress.com/2012/03/08/de-we-300-voor-maart-2012/

Ze was met veel plezier begonnen aan een nieuwe WE300. Haar verhaal was eindelijk weer eens luchtig en vrolijk geweest. Haar zware gedachten waren er door op de achtergrond geraakt. Om met 300 woorden iets te vertellen, wat eigenlijk meer inhoud heeft dan dat je met de limiet van 300 woorden kunt schrijven, valt niet altijd mee. Maar goed, het was haar gelukt, ze had er zelfs een goed gevoel over gehad. De twijfel die vaak in haar gedachten toesloeg bij het schrijven van dit opdrachtlogje was deze keer zelfs achterwege gebleven.

Ze las de WE300 die geschreven en ingezonden was door de heer ”C, Critieck” en liet haar gedachten, die ze hierover had  gehad, achter in het reactieveld. Ze schrok behoorlijk van de laatste tegenreactie van de heer C.Critieck. “De reacties zouden wat hem betreft wel wat meer inhoudelijk mogen zijn”.

 Ze las haar eigen reactie nog eens terug, hmm, volgens haar was daar  echt niets mis mee, ze schreef zelfs nog over de inhoud van de flesjes die door de jeugd van tegenwoordig in haar voortuin werden gesmeten, (inhoud genoeg toch?)

De heer C.Critieck, het is een man met een sterke persoonlijkheid, zijn (eerlijke) mening geeft hij ongezouten weer, of je er nu om vraagt of niet. Het lijkt er zelfs op dat hij “Platoonline” overneemt. Ze hoopt dat  de heer C.Critieck binnenkort weer gaat schrijven in z,n “eigen weblog”. Zodat Plato weer zijn eigen ruimte op “Platoonline” terug krijgt. 

Ze besloot om haar luchtig geschreven WE300 nu maar eens niet in te zenden. De druk van de heer C.Critieck , om met  meer “inhoud” te gaan schrijven of te reageren, was haar net even te veel geweest.

 

 

*Anneke*

*Anneke*

Jouw lach, je arm om mijn schouders, je luisterend oor naar de gevoelens die ik had in de winter.

Ik mis het nu al lieve meis, je bent er verdomme zomaar tussen uitgeknepen.

*Anneke* , het campingseizoen staat voor de deur, het zal nooit meer hetzelfde zijn, jij komt immers niet meer terug.

Ik hoop dat je hebt gevoeld hoe belangrijk, jouw lach en je liefde, voor mij zijn geweest.

Dag *Anneke*, ik blijf een veldboeketje voor je plukken.